Wandelen zonder stappenteller
Ik hou van trage avondwandelingen langs het strand. Zonder podcast of muziek een uurtje naar de zee turen, stukjes hout zoeken en vogels kijken vind ik een van de fijnste manieren om de dag af te sluiten. Zigzaggend langs de vloedlijn van de ene schelpenbank naar de andere – weinig brengt mijn hoofd zo tot rust.
Maar nadat ik een sporthorloge had aangeschaft, sloop er ongemerkt haast in mijn geslenter. Ik meldde me aan voor wandelgroepen met stappendoelen. Ineens ging het nut hebben om vaart te maken: extra kilometers, waardoor ik, competitief als ik ben, zou stijgen in de ranking – misschien wel ging winnen deze week. Toen mijn horloge een keer onverwacht leeg was, betrapte ik me zelfs op de gedachte dat ik dan net zo goed kon thuisblijven, aangezien ik de stappen toch al zou ‘mislopen’. Door al dat gemeet waren mijn wandelingen natuurlijk allang niet meer traag en doelloos. Ik was zonder het door te hebben weer in de versnelling geschoten. Terwijl juist langzamer aan doen me brengt waar ik wil zijn.
Sindsdien negeer ik mijn stappenteller onder het mom: minder is meer. Misschien kom ik wat minder ver, maar ik ervaar meer rust en voel me aanzienlijk meer ontspannen. Dat is pas winst.